LoRa-Gateway
LoRa-Gateway ( NOX LRG/LRGv2)
De P225LORA is een NOX LoRa-ontvanger, ontworpen om LoRa draadloze sensoren (P118TXO-V2) te koppelen aan je NOX-systeem. Deze ontvanger biedt betrouwbare langeafstand communicatie, ideaal voor flexibele en uitbreidbare beveiligings- en monitoringinstallaties.
Instellen van de gateway
Linux Shell.
Om de gateway in te stellen, worden Linux-commando's uitgevoerd in de Linux-shell. Hiervoor moet een SSH-verbinding met de GW worden gemaakt, Dit kan door gebruik te maken van Putty. https://www.putty.org/
Standaard IP adress 10.10.11.12 & Poort 22.
Klik op Open om de SSH verbinding te openen.
Gebruikersnaam/Wachtwoord
NOX LRG (Serial no. 18001..180036): user: “root” / password: “noxRoot”
NOX LRGv2 (vanaf Serial no. 180037): user: “root” / password: “nox2020?”
IP adress wijzigen.
Het IP-adres kan worden gewijzigd met het commando “./change_ip.py” in de shell (inclusief de punt en schuine streep!).
Om dit te doen bij een NOX LRGv2(vanaf 2020) moet u eerst naar de directory nox_gw gaan met “cd nox_gw” !!
Na het wijzigen van het IP-adres is dit onmiddellijk actief. De huidige Linux-shell is niet langer beschikbaar. Om een nieuwe Linux-shell te openen moet via Putty een nieuwe verbinding gemaakt worden naar het nieuwe IP-adres.
HW-adres LoRa-Gateway.
Het hardware-adres kan worden weergegeven met het commando “ifconfig”.
Gateway toevoegen aan het NOX systeem
Open de NoxConfig software en ga naar het tabblad “modules”.
Selecteer Gateway =>PMX Gateway =>Toevoegen
Geef de module een naam en ID nummer
Opmerking: Gebruik geen Bus ID 1xxx,2xxx,3xxx
Selecteer nu het tabblad Gateways. Hieronder ga je de gateway(of meerdere) aanmaken.
Vul de onderstaande gegevens in.
Gateway
Acces Point ID(1-9) : Het Access Point ID bepaalt de transmissiefrequentie van de Lifesign-berichten. Elke gateway moet een ander access point ID hebben zodat er geen radiotransmissie botsingen optreden.
Verbinding.
IP Adres: Het Ip adres van de gateway (standaard is dit 10.10.11.12).
IP Poort: Deze poort is vast op 46464.
Gebruikersnaam: Loginnaam voor de gateway (standaard ''admin'')
Wachtwoord: wachtwoord voor de gateway (standaard ''nox'')
Alarm: Type Ingangsprofiel voor het alarm bij verlies van de communicatie met de gateway.
Naar: Tijd voordat er een verbindingsverlies gemeld wordt.
Suppervisiemelding.
Met deze instellingen wordt de verbinding bewaakt tussen de gateway en de ontvangers Hiermee kan een alarmtrigger ingesteld worden.
Alarm: Type Ingangsprofiel voor het alarm bij verlies van de Lifesign van de modules
Aantal: Aantal mislukte Lifesign-berichten (als een percentage van het totale aantal schilderijdetectoren geregistreerd bij de gateway)








