HALO Device Manager
HALO Device Manager (HDM) gebruiken voor batchgewijze configuratie-updates
Hoofdstuk X - Batchgewijs configuraties uitrollen met HALO Device Manager
Met de HALO Device Manager (HDM) kunt u configuraties van een bestaande HALO Smart Sensor eenvoudig kopiëren naar meerdere andere apparaten. Dit versnelt de implementatie aanzienlijk en zorgt ervoor dat alle sensoren consistent worden geconfigureerd.
Vereisten
Voordat u begint:
- Download, installeer en open de HALO Device Manager (HDM).
- Zorg ervoor dat alle HALO Smart Sensors bereikbaar zijn via het netwerk.
- Beschik over de beheerwachtwoorden van de sensoren.
- Zorg dat minimaal één sensor volledig is geconfigureerd en als referentie kan worden gebruikt.
Stap 1: Apparaten detecteren
- Open de HALO Device Manager.
- Navigeer naar Apparaten.
- Kies Apparaat scannen.
- Wacht totdat alle beschikbare HALO-apparaten zijn gevonden en weergegeven.
Stap 2: Toegang verkrijgen tot de apparaten
- Selecteer de gewenste apparaten in de lijst.
- Kies Apparaat > Toevoegen/Wachtwoord voor Toegang.
- Voer het beheerderswachtwoord in om toegang te krijgen tot de geselecteerde apparaten.
Stap 3: Configuratie exporteren van een bestaande sensor
- Selecteer de reeds geconfigureerde HALO Smart Sensor.
- Open het tabblad Acties.
- Kies Configuratie Upload/Download.
- Selecteer Get Config om de huidige configuratie van het apparaat op te halen.
- De configuratie wordt opgeslagen in de standaard HDM-installatiemap onder de map van het betreffende MAC-adres.
Stap 4: Doelapparaten selecteren
- Selecteer alle HALO Smart Sensors die dezelfde configuratie moeten ontvangen.
- Controleer of de apparaten online en bereikbaar zijn.
- Bevestig dat de apparaten geschikt zijn voor dezelfde configuratie-instellingen.
Stap 5: Configuratie uploaden
- Ga opnieuw naar Acties.
- Kies Configuratie Upload/Download.
- Selecteer de optie om een configuratiebestand te uploaden.
- Browse naar de eerder opgeslagen configuratie in de HDM-map.
- Selecteer het gewenste configuratiebestand.
- Start de upload naar de geselecteerde apparaten.
Resultaat
Na voltooiing beschikken alle geselecteerde HALO Smart Sensors over dezelfde configuratie als het bronapparaat. Dit vermindert configuratiefouten, verkort de implementatietijd en zorgt voor een uniforme inrichting van uw HALO-omgeving.
Best Practice
Bij grotere installaties is het aan te raden om eerst één sensor volledig te configureren en uitgebreid te testen. Gebruik deze sensor vervolgens als sjabloon voor alle overige apparaten. Hierdoor wordt een consistente configuratie binnen de gehele omgeving gegarandeerd.




