P1300 Super-2 Uitbreidingskaart
Technische handleiding
P1300IOBD
Uitbreidingskaart
Met 16 bewaakte ingangen en
16 potentiaalvrije relais uitgangen
Geschikt voor de Super-2 toegangscontrolecentrale
Aanvullende informatie
Artikelnummer : P1300IOBD
Versie : 1.0, Augustus 2006
Postbus 218
5150 AE Drunen
Thomas Edisonweg 5
5151 DH Drunen
HELPDESK :
0900-27274357
techhelp@aras.nl
www.aras.nl
Technische handleiding Super-2, versie 1.0, augustus 2006
1
Inhoudsopgave
1 Aansluiten van de kast waarin zich de uitbreidingskaart bevindt ................................................................... 3
1.1 Aansluiting 230Vac ...................................................................................................................................... 3
1.1.1 230 VAC Voeding ............................................................................................................................ 3
1.1.2 Voeding voor sloten ........................................................................................................................ 3
1.1.3 Accu ................................................................................................................................................. 3
1.1.4 Aarding, afscherming en CE keurmerk ........................................................................................... 3
1.1.5 Kastdeur .......................................................................................................................................... 3
1.1.6 Sabotage schakelaar ......................................................................................................................... 3
2 Uitleg van de beschikbare functies aan de hand van een technisch schema .................................................. 5
2.1 Overzicht schema ....................................................................................................................................... 5
3 Verbinding tussen de Super-2 centrale en de uitbreidingskaarten ................................................................ 6
3.1 Verbinding met een uitbreidingskaart ......................................................................................................... 6
3.1.1 Aansluitschema ................................................................................................................................ 6
3.1.2 Aansluittabel .................................................................................................................................... 6
4 Aansluiting ingangen ....................................................................................................................................... 7
4.1 16 bewaakte ingangen ................................................................................................................................. 7
4.1.1 Aansluitschema ingangen (niet bewaakt) ......................................................................................... 7
4.1.2 Aansluitschema ingangen (bewaakt “Supervised”) .......................................................................... 7
5 Aansluiting relais ............................................................................................................................................ 8
5.1 16 potentiaalvrije relais................................................................................................................................ 8
5.1.1 Aansluitschema Relais ...................................................................................................................... 8
5.1.2 Aansluittabel relais ........................................................................................................................... 9
6 Nummering uitbreidingskaarten .................................................................................................................. 10
6.1 Nummering ............................................................................................................................................... 10
7 In bedrijfstelling uitbreidingskaart ................................................................................................................ 11
7.1 Stappenplan ............................................................................................................................................... 11
7.1.1 Stap 1. Montage van de behuizing ................................................................................................. 11
7.1.2 Stap 2. Aansluiten van de verbindingskabels .................................................................................. 11
7.1.3 Stap 3. Aansluiten van de ingangen en de relaisuitgangen ............................................................. 11
7.1.4 Stap 4. Aansluiten van 230 VAC .................................................................................................... 11
7.1.5 Stap 6. Stel de adres jumpers op de juiste wijze in........................................................................ 11
7.1.6 Stap 7. Reset procedure ................................................................................................................ 11
8 Specificaties .................................................................................................................................................. 12
8.1 Specificaties uitbreidingskaart.................................................................................................................... 12
8.1.1 CE-keur ......................................................................................................................................... 12
8.1.2 Stand-alone .................................................................................................................................... 12
8.1.3 Relais.............................................................................................................................................. 12
8.1.4 Alarm ingangen .............................................................................................................................. 13
8.1.5 Virtuele Alarmingangen ................................................................................................................. 13
9 Algemene richtlijnen en waarschuwingen .................................................................................................... 14
Technische handleiding Super-2, versie 1.0, augustus 2006
2
Inleiding
In deze technische handleiding wordt uitgelegd hoe de uitbreidingskaart werkt, wordt aangesloten en wat er
allemaal mogelijk is in combinatie met de CardAccess Super-2 toegangscontrole centrale.
Aantal in en uitgangen
De uitbreidingskaart bezit 16 bewaakte ingangen en 16 potentiaal vrije relais uitgangen.
Per Super-2 kunnen er maximaal drie uitbreidingskaarten worden aangesloten. Dit komt op 48 extra ingangen.
Met de 8 ingangen van de Super-2 erbij opgeteld, komt het totaal op 56 ingangen.
48 Extra relais plus de 5 die standaard reeds aanwezig zijn op de Super-2, brengt het totaal op 53 relais
uitgangen.
Ingangen
3 maal 16 is 48 extra ingangen
8 zijn er reeds standaard aanwezig op de Super-2
48 + 8 = 56
Uitgangen
3 maal 16 is 48 extra uitgangen
5 zijn er reeds standaard aanwezig op de Super-2
48 + 5 = 53
Aarding
Op de uitbreidingskaart zitten een aantal componenten die ervoor zorgen dat eventuele storingen van buitenaf
naar aarde worden afgevoerd. Zorg er daarom voor dat de kast waarin deze uitbreidingskaart zit altijd aan een
goede aarde aangesloten wordt.
Om een goede werking van de installatie te waarborgen, dienen de specificaties en waarschuwingen die in deze
handleiding staan, te worden opgevolgd.
LET OP!
Deze uitbreidingskaart werkt alleen in combinatie met de Super-2. Hij is dus niet geschikt voor andere
CardAccess centrales.
De Super-2 toegangscontrolecentrale dient minimaal over firmware 2.0.15 of hoger te beschikken.
De uitbreidingskaart werkt alleen met de CA3000 software, versie 2.3.16 b166 of hoger.
Helpdesk
Indien uw vraag niet in deze handleiding wordt beantwoord kunt u contact met ons opnemen.
Helpdesk : ARAS Security B.V. Telefoon 0900 27274357 van maandag t/m vrijdag van 8:30-17:00.
Technische handleiding Super-2, versie 1.0, augustus 2006
1 Aansluiten van de kast waarin zich de uitbreidingskaart
bevindt
1.1
1.1.1
Aansluiting 230Vac
230 VAC Voeding
Indien de uitbreidingskaart zich in een kast bevindt, wordt deze kast als volgt aangesloten. De kast beschikt
standaard over een voeding die 12Vdc, 2 Ampère levert. Deze voeding wordt gevoed vanaf een trafo die
primair gevoed wordt door 230Vac wisselspanning. Aan de onderzijde van de kast dient de 230Vac kabel
binnen te komen. Deze kabel kan op de 230Vac aansluitconnector worden aangesloten. De voeding is
verbonden met de uitbreidingskaart via een kleine witte connector waar “12V IN” bij staat. De voeding kan
tevens de spanning verzorgen voor bijvoorbeeld deursloten en magneten.
1.1.2
Voeding voor sloten
De uitbreidingskaart verbruikt 0,5 Ampère wat betekent dat er ongeveer 1,5 Ampère overblijft voor sloten of
magneten.
1.1.3
Accu
Als optie is een 2Ah noodstroom accu leverbaar voor het geval dat de 230Vac spanning uitvalt. De accu neemt
dan alle taken van de voeding over. Wij adviseren altijd een accu te gebruiken in verband met bescherming van
apparatuur bij spanningsuitval.
1.1.4
Aarding, afscherming en CE keurmerk
De uitbreidingskaart is CE gekeurd, wat inhoudt dat deze voldoet aan alle normen en eisen die nodig zijn om
het CE-keurmerk te mogen dragen. Volgens deze normering is het van belang de afscherming van de
aangesloten bekabeling op een deugdelijke aarde wordt aangesloten. Aan de binnenzijde van de kast, naast de
wartel gaten, zijn draadeinden gemonteerd. Hierop dient de afscherming van de bekabeling aangesloten te
worden. De volgende afbeelding toont deze aansluitingen, evenals de voeding aansluiting ten behoeve van
sloten.
1.1.5
Kastdeur
De deur van de kast is makkelijk af te nemen door hem te openen en hem omhoog te halen. Let er bij het
plaatsen van de centrale op dat de deur er nog op past en open kan. De deur dient met een bijgeleverde
aarddraad met de kast te worden verbonden.
LET OP: De behuizing altijd aan aarde hangen.
1.1.6
Sabotage schakelaar
De kast is voorzien van een sabotageschakelaar. Deze schakelaar (tamper) kan op één van de ingangen worden
aangesloten en via de software zodanig geconfigureerd worden.
3
Technische handleiding Super-2, versie 1.0, augustus 2006
Tamper
Accu
Voedingsaansluiting t.b.v.
Bijvoorbeeld Sloten
230VAC 50 Hz
De voeding die in de kast zit voldoet aan alle normen gesteld door de CE-keur en levert 12 VDC, 2 Ampère.
Deze voeding voorziet de uitbreidingskaart van 12 Volt gelijkspanning. Na het aansluiten van de
uitbreidingskaart blijft er ongeveer 1,5 Ampère over voor bijvoorbeeld elektrische sloten.
De trafo is primair (230Vac) afgezekerd op 1 Ampère. Secundair na de trafo met 2 Ampère en bij de
aansluitklemmen opnieuw met 2 Ampère. Op de voeding wordt d.m.v. een lampje de aanwezigheid van
wisselspanning weergegeven.
4
Technische handleiding Super-2, versie 1.0, augustus 2006
5
2 Uitleg van de beschikbare functies aan de hand van een
technisch schema
2.1 Overzicht schema
NC
C
NO
P0
EVENT
NC
C
NO
NC
C
NO
NC
C
NO
NC
C
NO
NC
C
NO
NC
C
NO
NC
C
NO
NC
C
NO
NC
C
NO
NC
C
NO
K9
K11
K14
K13
K12
K16
K15
K10
K1
K3
K6
K5
K4
K8
K7
K2
NC
C
NO
NC
C
NO
NC
C
NO
NC
C
NO
NC
C
NO
NC
C
NO
NC
C
NO
RLY1
RLY3
RLY6
RLY5
RLY4
RLY8
RLY7
RLY2
RLY9
RLY11
RLY14
RLY13
RLY12
RLY16
RLY15
RLY10
12
11
10
9
8
7
6
5
4
3
2
16
15
14
13 1
Alarm ingang
1-8
Alarm ingang
9-16
OK
Address
X3
X2
X1 12V
IN
16 bewaakte
alarm ingangen- Alle 16 alarm ingangen
kunnen als zijnde normaal
open of normaal gesloten
geconfigureerd worden
via de software.- Indien een ingang bewaakt
wordt aangeloten dienen
er weerstanden te worden
geplaatst.
Po en P1 Databus
+Logic Power- Via deze aansluitingen
communiceert de
uitbreidingskaart met de
Super-2 en de ander
uitbreidingskaarten.- Via deze aansluiting
wordt de uitbreidingskaart
van spanning voorzien.
RELAY
LOGIC
LED indicatie
EVENT
OK
RELAY
LOGIC
LED’s bij de relais
- knippert als een
ingang wijzigt van status.
- Knippert stabiel
indien er verbinding is met
de Super-2.
- brand als de relais
spanning krijgen via de
“12V IN” aansluiting.
- brand als er 5 volt
binnen komt van de Super-2.
- geven
aan dat een relais
bekrachtigd is.
Adresinstelling- Adresinstelling 1, 2 of 3- Er kunnen maximaal 3
uitbreidingskaarten worden
aangesloten op een Super-2.
Spannings
aansluiting voor
de relais- Via deze aansluiting
krijgen de relais spanning.- Als de spanning op deze
aansluiting wordt verwijderd
vallen alle relais af.
16 potentiaalvrije
relais uitgangen- Normaal open en normaal
gesloten aansluiting.- Belasting 2 A 24V AC/DC.- LED’s ten behoeve van
status indicatie.
P1
Technische handleiding Super-2, versie 1.0, augustus 2006
3 Verbinding tussen de Super-2 centrale en de
uitbreidingskaarten
3.1
Verbinding met een uitbreidingskaart
De volgende tekening geeft aan welke punten verbonden moeten worden als een verbinding gemaakt moet
worden tussen de Super-2 en één of meerdere uitbreidingskaarten.
3.1.1
Aansluitschema
Adres op X3
Adres op X2
Adres op X1
De afstand tussen de Super-2 en een uitbreidingskaart of de afstand tussen de uitbreidingskaarten onderling mag
niet groter zijn dan 2,5 meter. Er wordt één kabel per uitbreidingskaart meegeleverd. Deze bezit 6 aders en de
aders zijn gekruist. De kabel is voorzien van twee RJ12 connectors.
3.1.2
Aansluittabel
Kabelaansluiting RJ12 Connector UIT
Is verbonden met
1
Kabelaansluiting RJ12 Connector IN -
2
6 -
3
5 -
4
4 -
5
3 -
6
2 -
1
6
Technische handleiding Super-2, versie 1.0, augustus 2006
4 Aansluiting ingangen
4.1
16 bewaakte ingangen
De uitbreidingskaart beschikt over 16 ingangen. Op alle ingangen kan een contact worden aangeboden in de
vorm van “normaal open” of “normaal gesloten”. Softwarematig kan de ingang worden gedefinieerd als normaal
open of normaal gesloten.
4.1.1
Aansluitschema ingangen (niet bewaakt)
Alarm ingang
Afscherming
1-8
4
3
2
1
8
7
6
5
Het is mogelijk de 16 ingangen van de uitbreidingskaart bewaakt (Supervised) aan te sluiten met behulp van
twee 1K, 1/4W ±5% carbon film weerstanden. Het voordeel hiervan is dat de software een melding geeft
indien er sluiting tussen de aders optreedt of als de kabel wordt doorgeknipt.
4.1.2
Aansluitschema ingangen (bewaakt “Supervised”)
Afscherming
R1=1K
R2=1K
4
3
2
1
Alarm ingang
1-8
8
7
6
5
Er dienen potentiaalvrije contacten op de ingangen te worden aangeboden. Er mogen geen spanningsturende
contacten op de ingangen worden aangeboden. Plaats de weerstanden zo dicht mogelijk bij het contact. Dus
niet aan de zijde van de uitbreidingskaart.
Bekabeling ingangen: 0.325 mm2 (22AWG), 2-aderig,
max. 150m, afgeschermd.
7
Technische handleiding Super-2, versie 1.0, augustus 2006
8
5 Aansluiting relais
5.1 16 potentiaalvrije relais
Op de uitbreidingskaart zijn in totaal 16 potentiaalvrije relais aanwezig voor het besturen van deurgrendels,
magneten, elektrische poorten, verlichting etc. Alle relais zijn via de software vrij te programmeren. Alle relais
zijn uitgevoerd met een potentiaalvrij wisselcontact.
5.1.1 Aansluitschema Relais
Alarm ingang
1-8
NC
C
NO
NC
C
NO
NC
C
NO
NC
C
NO
NC
C
NO
NC
C
NO
NC
C
NO
NC
C
NO
RLY1
RLY3
RLY6
RLY5
RLY4
RLY8
RLY7
RLY2
NC
C
NO
NC
C
NO
NC
C
NO
NC
C
NO
NC
C
NO
NC
C
NO
NC
C
NO
NC
C
NO
NC
C
NO
NC
C
NO
RLY9
RLY11
RLY14
RLY13
RLY12
RLY16
RLY15
RLY10
LET OP:
De relais mogen MAXIMAAL 2A bij 24V AC/DC schakelen. Zet dus geen 230VAC op de contacten!
Technische handleiding Super-2, versie 1.0, augustus 2006
MOV
Stoorspanningen tot 56 Volt worden tegen gehouden door de componenten achter de relais, de zogenaamde
MOV’s. Wanneer de stoorspanning groter is dan 56 V, dient er een extra MOV bij de grendel/magneet te
worden geplaatst.
LET OP:
Omdat een grendel een behoorlijke piekstroom kan veroorzaken, dient er altijd een blusdiode over de grendel
te worden geplaatst. Deze diode dient zo dicht mogelijk bij de grendel te worden geplaatst.
LET OP:
Bij grendels en magneten die werken met een hogere spanning dan 12 Volt, is een extra voeding vereist.
Softwarematige opensturing bij brand
Het is mogelijk om softwarematig een ingang als brandmeld ingang te configureren. Deze kan via een link
verschillende relais besturen.
Hardwarematige opensturing bij brand
Het is mogelijk de spanning op de grendels / magneten te onderbreken bij brand door simpelweg de spanning
vanaf de voeding te onderbreken.
5.1.2
Aansluittabel relais
Aansluiting op uitbreidingskaart
(Connector RLY1t/m RLY16)
NO
Benaming
Normaal open contact
C
NC
Common contact
Normaal gesloten contact
Ruststroom en Arbeidsstroom grendels
Afhankelijk van het type grendel kan het NC, normaal gesloten (Ruststroom grendel of magneet) of het NO,
normaal open contact (Arbeidsstroom grendel) worden gebruikt.
• Ruststroom grendels of magneten zijn spanningsloos ontgrendeld
• Arbeidsstroom grendels zijn spanningsloos vergrendeld
9
Technische handleiding Super-2, versie 1.0, augustus 2006
10
6 Nummering uitbreidingskaarten
6.1 Nummering
Uitbreidingskaart 1 Uitbreidingskaart 2 Uitbreidingskaart 3
Relais Ingang Relais Ingang Relais Ingang
5 9 21 25 37 41
6 10 22 26 38 42
7 11 23 27 39 43
8 12 24 28 40 44
9 13 25 29 41 45
10 14 26 30 42 46
11 15 27 31 43 47
12 16 28 32 44 48
13 17 29 33 45 49
14 18 30 34 46 50
15 19 31 35 47 51
16 20 32 36 48 52
17 21 33 37 49 53
18 22 34 38 50 54
19 23 35 39 51 55
20 24 36 40 52 56
Technische handleiding Super-2, versie 1.0, augustus 2006
7 In bedrijfstelling uitbreidingskaart
7.1
7.1.1
Stappenplan
Stap 1. Montage van de behuizing
Monteer de behuizing op een muur (wand) die goed bereikbaar is. Het liefst in de buurt van de Super-2.
Bijvoorbeeld in een technische ruimte of in een meterkast. Let erop dat de deur van de behuizing makkelijk te
monteren en te demonteren is. De kabellengte tussen de Super-2 en de uitbreidingskaart of tussen twee
uitbreidingskaarten mag maximaal 2,5 meter bedragen.
LET OP:
Boor geen extra gaten voor montage of kabeldoorvoer in de kast, maar maak gebruik van de bestaande gaten.
Indien er extra gaten in de kast geboord dienen te worden altijd de printplaat verwijderen.
7.1.2
Stap 2. Aansluiten van de verbindingskabels
Sluit de kabel aan tussen de Super-2 centrale en de uitbreidingskaarten. Tijdens het aansluiten mag er geen
spanning staan op de uitbreidingskaarten en de Super-2.
7.1.3
Stap 3. Aansluiten van de ingangen en de relaisuitgangen
Sluit de ingangen en de relais uitgangen aan.
LET OP:
Voor de bekabeling van de ingangen en voor de relaisuitgangen aparte bekabeling gebruiken. Indien nodig
blusdiodes plaatsen.
7.1.4
Stap 4. Aansluiten van 230 VAC
Voer de 230 VAC kabel in en sluit deze aan op de 230VAC aansluitconnector.
7.1.5
Stap 6. Stel de adres jumpers op de juiste wijze in
Stel het adres goed in. Uitbreidingskaart 1 op X1, uitbreidingskaart 2 op X2 en uitbreidingskaart 3 op X3.
7.1.6
Stap 7. Reset procedure
Indien één of meerdere uitbreidingskaarten niet worden gezien, is het nodig de reset knop op de Super-2 één
keer in te drukken.
11
Technische handleiding Super-2, versie 1.0, augustus 2006
12
8 Specificaties
8.1 Specificaties uitbreidingskaart
Specificaties Aantal / Type Opmerkingen
Relais uitgangen 16 per
uitbreidingskaart
Maximaal 48
Potentiaalvrij 24VAC/DC 2A
Alarm ingangen 16 per
uitbreidingskaart
Maximaal 48
Via de software in te stellen als zijnde
bewaakt of onbewaakt
Status LED’s 16
4
1
Eén LED per relais
EVENT, OK, RELAY, LOGIC power
Op voedingsunit in de kast
Sabotage schakelaar 1
Voeding 230VAC 50Hz
Stroom 0,5 A@230VAC
Voedingsaansluiting 2 Totaal 12Vdc, 1,5 A
Accu back-up Ongeveer 4 uur
Gewicht Ongeveer 8 Kg
Maatvoering 36 x 31 x 9 cm (h x b x d)
Temperatuur tijdens in bedrijf 0-46 °C
Temperatuur tijdens opslag 0-65 °C
Vochtigheid 0% tot 85% non/condensing
Link Programma´s 64 Per Super-2
Bekabeling AWG mm2 Type Maximale lengte
Alarm ingangen 22 0,325 2 aderig afgeschermd 150 meter
Relais uitgangen 18 0,812 2 aderig afgeschermd 150 meter
Tussen twee
uitbreidingskaarten onderling
of tussen een Super-2 en een
uitbreidingskaart.
0,22 6 aders telefoon of
UTP kabel
2,5 meter
8.1.1 CE-keur
De uitbreidingskaart wordt geleverd in een stalen behuizing inclusief een 2A voeding. Daarnaast is er een losse
accu bij te bestellen, i.v.m. eventuele spanningsuitval. Het geheel is goedgekeurd volgens de eisen van de CE
keur.
8.1.2 Stand-alone
Als er geen communicatie is tussen de PC en de Super-2 centrale waarop de uitbreidingskaarten zijn
aangesloten, werken alle functies (lokaal) binnen de Super-2 stand-alone door.
8.1.3 Relais
Op de uitbreidingskaart zijn in totaal 16 relais aanwezig voor het besturen van deurgrendels, elektrische poorten
etc. Alle relais zijn uitgevoerd met een potentiaal vrij wisselcontact.
De relais mogen MAXIMAAL 2A bij 24V AC/DC schakelen!
Technische handleiding Super-2, versie 1.0, augustus 2006
13
8.1.4 Alarm ingangen
De uitbreidingskaart beschikt over 16 alarm ingangen. Deze zijn vrij te gebruiken. Bijvoorbeeld als deurstand
signalering, raamcontact, etc. Voor alle ingangen geldt dat ze softwarematig te definiëren zijn als zijnde normaal
open of normaal gesloten. Ze kunnen indien gewenst, bewaakt worden aangesloten zodat de ingang een alarm
genereert bij doorknippen of bij sluiting.
8.1.5 Virtuele Alarmingangen
De Super-2 beschikt over 4 virtuele alarm ingangen per lezer. Deze ingangen bestaan niet hardwarematig maar
zijn software matig wel te programmeren.
LET OP!
Indien er 3 uitbreidingskaarten gebruikt worden zijn er geen Virtuele ingangen meer beschikbaar.
Virtuele Ingang voor; Super-2 virtuele ingang nummer: Wordt abnormaal bij:
Lezer 1 49 Geforceerde deur
50 Gevolgde kaart
51 Ongeldige/ geweigerde kaart
52 Deur te lang open
Lezer 2 53 Geforceerde deur
54 Gevolgde kaart
55 Ongeldige/ geweigerde kaart
56 Deur te lang open
Technische handleiding Super-2, versie 1.0, augustus 2006
9 Algemene richtlijnen en waarschuwingen
Bij de bekabeling van de digitale ingangen mogen geen spanningsvoerende aders
worden opgenomen.
De bekabeling van de relais dient zwaar genoeg te zijn om het aangesloten apparaat van stroom te
kunnen voorzien.
Sluit de afscherming van een kabel slechts aan één zijde aan (alleen aan de kant van de
uitbreidingskaart). Dit omdat anders aardlussen ontstaan. Ingangen zouden dan niet correct kunnen
functioneren. Neem contact op met ARAS Security B.V. met vragen over de juiste manier van aarden.
Laat de kabel via de juiste poort de kast binnen komen. Alleen daar waar de kabel gemonteerd wordt,
dient de afscherming van de kabel te worden verwijderd. De afscherming van de kabel kan op de
daarvoor bestemde aardpunten worden afgemonteerd.
Alle elektronische apparatuur is gevoelig voor statische elektriciteit. Zorg er daarom voor dat een losse
uitbreidingskaart deugdelijk en in een statisch afgeschermde verpakking wordt verstuurd.
De uitbreidingskaart mag niet van spanning worden voorzien voordat de totale installatie voltooid is.
Zorg ervoor dat overal de juiste kabel gebruikt is. Sluit de aarde altijd aan. Let er wel op dat er geen
aardlus gecreëerd wordt.
Indien meerdere voedingen worden gebruikt (b.v. voor deursloten), dienen de 0V aansluitingen te
worden doorgekoppeld. Elektromagnetische deursloten moeten altijd voorzien worden van een
blusdiode.
Lezer bekabeling of databekabeling mag niet zonder afscherming langs slotbekabeling gebonden
worden.
14