P1800 SuperTerm
Postbus 218
5150 AE Drunen
Thomas Edisonweg 5
5151 DH Drunen
HELPDESK :
0900-27274357
techhelp@aras.nl
www.aras.nl
Technische Handleiding
Superterm
Datum: Maart 2004
Technische Handleiding Superterm, Maart 2004, versie 1.2
Pagina 1
Inhoud
1.0 Inleiding 3
2.0 Specificaties 4
3.0 De Superterm print en de behuizing 7
4.0 Inleiding communicatie mogelijkheden 12
* 4.1 RS232 PC -> Superterm 13
* 4.2 RS232 PC -> Superterm d.m.v. modem 14
* 4.3 RS422 PC -> Superterm (+converter) 14
5.0 Communicatie onderling 15
* 5.1 RS422 repeat mode 16
* 5.2 RS422 multidrop mode 17
6.0 Lezeraansluitingen & ingangen 18
* 6.1 Extra ingangen 20
* 6.2 Sabotage ingang 21
* 6.3 Aansluitingen ingangen algemeen 22
7.0 Relais + aansluitingen 23
* 7.1 Relais + aansluitingen, spanning voerend 24
8.0 Voeding en externe aansluitingen 26
* 8.1 Superterm voeding 26
* 8.2 Zekeringen bij voeding en Superterm 27
* 8.3 Aansluiting spanning t.b.v. uitbreidingsborden 29
Technische Handleiding Superterm, Maart 2004, versie 1.2
9.0
10.0
* 10.1
* 10.2
* 10.3
* 10.4
* 10.5
* 10.6
11.0
12.0
* 12.1
* 12.2
* 12.3
* 12.4
13.0
Extra opties van de Superterm
Diverse kaartlezers & aansluitingen
Wiegandlezer (uitvoering 1 led)
Wiegandlezer (uitvoering 3 led’s)
AXM-magneetstrip lezer (RVS)
Magneetstriplezer binnen (kunststof)
Access Prox 1 lezer
Keytouch II lezer
Reset procedure
Externe aansluitingen
Ingang uitbreidings bord
Installatie van het uitbreidings bord
Relais uitbreidings bord
Installatie van het relais uitbreidings bord
Kabel specificaties
Waarschuwingen
CE-instructies voor de voeding
Trefwoorden register
30
31
31
31
32
32
33
33
34
35
36
38
39
41
42
43
44
45
Pagina 2
Technische Handleiding Superterm, Maart 2004, versie 1.2
1.0 Inleiding
De Superterm is een intelligente unit welke geschikt is voor toegangscontrole voor maximaal 8
deuren. De Superterm wordt geprogrammeerd en bestuurd via een IBM-compatible PC. Daarnaast
is het mogelijk om de Superterm “Stand-alone” te laten werken.
Afhankelijk van de te gebruiken software is het mogelijk om een maximum aantal van 64 Superterms
aan elkaar te koppelen en te besturen. Hiermee biedt de Superterm de mogelijkheid om maar liefst
512 deuren te besturen en te controleren.
De Superterm beschikt over een eigen database voor een maximum aantal van ± 3000 kaarten. Dit
aantal is uit te breiden door de optionele geheugen modules, verkrijgbaar in 2 versies. Hiermee is het
mogelijk om het geheugen uit te breiden tot maximaal 100.000 kaarten per Superterm.
Totaal zijn er per Superterm 25 ingangen en 17 uitgangen voorzien. Ook dit aantal is uit te breiden
door middel van optionele uitbreidingskaarten, voor zowel in- als uitgangen.
Per Superterm kunnen max. 3 uitbreidingskaarten worden gebruikt.
In deze technische handleiding proberen we u op een verhelderende manier (d.m.v. tekeningen en
tekst) uit te leggen hoe de Superterm werkt, aangesloten kan worden en wat er allemaal mogelijk is
met deze toegangscontrole unit.
Om een goede werking van de installatie te waarborgen, dient u de specificaties en
waarschuwingen op te volgen die zich in deze handleiding bevinden.
Pagina 3
Technische Handleiding Superterm, Maart 2004, versie 1.2
Kaartlezers :
Kaarthouders :
Tijd zones :
2.0 Specificaties
De Superterm wordt geleverd in een stalen behuizing inclusief een 3A voeding. Daarnaast is er een
losse accu bij te bestellen, i.v.m. eventuele spanningsuitval. Het geheel is goedgekeurd volgens de
eisen van de CE-keur.
De Superterm is geschikt voor de volgende typen kaartlezers :- Wiegand- Magneetstrip- Proximity- HandsFree - Keytouch (inclusief interface)- Chipkaart- Infra-Rood- Keypad, los of in combinatie met de lezers- Voertuigdetectie
Daarnaast is het mogelijk om elke lezer een bepaalde status te geven,
bijvoorbeeld een Anti-Pass back situatie.
In standaard uitvoering kunnen ± 3000 kaarthouders in het
geheugen van de Superterm bewaard worden. Dit aantal is uit te breiden
tot maximaal 100.000 kaarthouders.
De Superterm kan werken met 128 verschillende tijdzones. Gebaseerd op
de inwendige real-time klok, kan de Superterm schakelen tussen de
verschillende tijdzones, zowel online als offline.
De tijdzone bestaat uit een cyclus van maximaal 8 dagen, waarbij de
achtste dag als vakantiedag wordt aangezien. Per tijdzone kunnen 18
verschillende blokken gedefinieerd worden, welke een reeks dagen en/of
tijden kunnen bevatten.
Vakantiedagen : In de Superterm is plaats voor maximaal 50 vakantiedagen. Standaard
eindigen vakantiedagen om middernacht.
Toegangsnivo’s : Een toegangsnivo is een combinatie van één of meerdere kaartlezers
waartoe een kaarthouder toegang wordt verleend. In de Superterm is
plaats voor maximaal 256 verschillende toegangsnivo’s.
Pagina 4
Technische Handleiding Superterm, Maart 2004, versie 1.2
Transacties :
Kalender :
Lezer modes :
Projectcodes :
Communicatie :
Relais :
In de Superterm is een deel van het geheugen gereserveerd voor het
bewaren van transacties. Hierin kunnen maximaal 500 transacties
worden opgeslagen. Is dit aantal bereikt, dan worden de oudste
transacties overschreven.
De Superterm bezit een Real-time klok met tijd en datum functie.
De Superterm kan desgewenst schakelen tussen diverse lezer modes,
eventueel in combinatie met een pincode mogelijkheid. Dit schakelen kan
automatisch geschieden d.m.v. verschillende tijdzones.
De Superterm kan 10 verschillende projectcodes in het geheugen opslaan.
De nu volgende items vertellen wat over de mogelijkheden op het bord zelf.
De Superterm kan overweg met diverse communicatie protocollen. Het
bord is voorzien van de volgende mogelijkheden :- RS232 t.b.v. de communicatie met de PC- RS232 t.b.v. “lokaal” printen, naar printer en/of console- RS422 t.b.v. communicatie tussen Superterms onderling- Modem functie (kiesmodem)
In een later stadium van deze technische handleiding leggen we duidelijk
uit op welke manieren deze protocollen benaderd kunnen worden.
Op het bord zijn in totaal 17 relais aangebracht; 16 ervan kunnen vrij
geprogrammeerd worden.
Alle relais zijn uitgevoerd met een potentiaal vrij wisselkontakt.
De relais mogen MAXIMAAL 3A bij 24V DC schakelen !
Het aantal relais is uit te breiden door middel van een relaisuitbreidings
kaart, met een maximum van 3 per Superterm. Per uitbreidingskaart staan
16 extra relais tot uw beschikking.
Console relais :
Dit is het zeventiende relais op het bord. Dit relais kan schakelen bij de
volgende condities :- Geforceerde deur- Deur te lang open- Dwang- Ongeldige kaart- Anti-pass back- Geweigerde kaarten- Status verandering alarm ingangen
Pagina 5
Technische Handleiding Superterm, Maart 2004, versie 1.2
Tamper :
CRT :
Printer :- Status verandering sabotage ingang (tamper)
Alarm ingangen : In standaard uitvoering beschikt de Superterm over maar liefst 24 alarm
ingangen. Normaal gesproken zijn er 2 per deur gereserveerd; één voor
een deurcontact en één voor de bypass.
Alle andere ingangen zijn vrij definieerbaar door de gebruiker.
Voor alle ingangen geldt dat ze softwarematig te definiëren zijn, als
zijnde normaal open of normaal gesloten.
Evenals de relais, kan ook het aantal alarm ingangen uitgebreid
worden. Daarvoor is een ingang-uitbreidingskaart leverbaar. Deze
voorziet in 16 extra ingangen (bewaakt) en kunnen per Superterm tot een
maximum van 3 stuks aangebracht worden.
In de Superterm behuizing is een sabotage contact opgenomen. Op de
Superterm zit een speciale ingang waarop dit contact aangesloten is. Als
de ingang gedefinieerd is, wordt elke statusverandering in de software
gemeld. Daarnaast is het mogelijk om het console relais te laten
schakelen bij deze status verandering.
Rechtstreeks aan de Superterm kan een beeldscherm (CRT) gekoppeld
worden of een terminal emulator (bv. Bitcom). Alle transacties komen
hierop binnen met alle informatie die normaal in de software ook binnen
zouden komen.
Ook is het mogelijk om rechtstreeks een seriële printer op de Superterm
aan te sluiten. Deze print alle transacties direct uit.
Pagina 6
Technische Handleiding Superterm, Maart 2004, versie 1.2
Algemeen :
Voeding :
3.0 De Superterm print en de behuizing
De Superterm is een kwaliteits produkt wat zich in de loop der jaren heeft
bewezen. De print en voeding worden tijdens het produktie proces
continue gecontroleerd op eventuele fouten. Daarnaast wordt het systeem
voor uitlevering aan de klant getest op een goede werking.
Toch is het mogelijk dat de print niet helemaal correct functioneert. In die
gevallen dient u zo spoedig mogelijk contact op te nemen met ARAS
Security B.V.
Een eerste visuele inspectie van de print zelf is nooit verkeerd !!
De voeding in de Superterm-kast voldoet aan alle normen gesteld door de
CE-keur. De voeding levert een wisselspanning t.b.v. de Superterm zelf,
en is radio- en TV ontstoort.
Maximaal 3A (piekstroom) kan de voeding leveren voor de sloten, continue
2,5A, beide bij 12V.
Primair (220V) is de voeding afgezekerd, secundair na de trafo en met 3A bij
de aansluit klemmen.
Op de voeding wordt d.m.v. een lampje de aanwezigheid van wisselspanning
weergegeven.
Superterm print : De print is van het dubbelzijdige type. Op de print zitten alle benodigde
voedingsdelen voor het functioneren van de print zelf.
Alle gebruikte connectors zijn los te halen van de print. Dit is uit oogpunt
van service doeleinden zeer gebruiksvriendelijk.
Via de diverse jumpers zijn alle communicatiemogelijkheden in te
stellen.
Pagina 7
Technische Handleiding Superterm, Maart 2004, versie 1.2
Van boven naar onder :- Rx :- Tx :- 2 leds zonder toepassing- T2 :- T1 :
Indicatie leds : Op de print zelf zijn 10 leds opgenomen die diverse functies zichtbaar maken.
De leds zijn als volgt gesitueerd :- AC: Indicatie secundaire wisselspanning
aanwezig- 12V: Indicatie +12VDC aanwezig- 5V:
Indicatie +5V DC aanwezig
Indicatie communicatie (ontvangst)
Indicatie communicatie (zenden)
Gereserveerd voor testfunktie
Gereserveerd voor testfunktie
Deze dient constant te knipperen (seconde
frequentie)
AC
12V
SV/CPU
Rxd
Txd
T2
T1
RS422
RS232
Tamper
Alarmingangen 17-24
1
RS232
RS232 naar PC
MODE
1
2
5
3
4
RS485
EOL 2
S1
Monitr
EOL 1
Com1
Com2
6
7
8
1
2
4
8
16
32
modem
AC
12V
SV/CPU
Rxd
Txd
T2
T1
S2
Mbat
RLY_2 RLY_4 RLY_6 RLY_8 RLY_10 RLY_12 RLY_14 RLY_16
RLY_1 RLY_3 RLY_5 RLY_7 RLY_9 RLY_11 RLY_13 RLY_15
Als er een vorm van communicatie aanwezig is met de PC, RS232, RS422 of
een modem verbinding, staan de leds Tx en Rx afwisselend te knipperen.
Let op ! Als het Tampercontact normaal is branden de LED’s niet.
Adres instelling :
Elke Superterm moet een logisch adres hebben om te communiceren met
de PC. Deze adressen kunnen d.m.v. DIP-switches ingesteld worden.
Maximaal 63 verschillende adressen kunnen gekozen worden. De DIP
switch module is uitgevoerd in een blokje van 8 stuks. De eerste 6
switches zijn voor de adres-instelling, de 7e voor modemgebruik.
Pagina 8
Technische Handleiding Superterm, Maart 2004, versie 1.2
Pagina 9
Adres SW1 SW2 SW3 SW4 SW5 SW6
1 OFF ON ON ON ON ON
2 ON OFF ON ON ON ON
3 OFF OFF ON ON ON ON
4 ON ON OFF ON ON ON
5 OFF ON OFF ON ON ON
6 ON OFF OFF ON ON ON
7 OFF OFF OFF ON ON ON
8 ON ON ON OFF ON ON
9 OFF ON ON OFF ON ON
10 ON OFF ON OFF ON ON
11 OFF OFF ON OFF ON ON
12 ON ON OFF OFF ON ON
60 ON ON OFF OFF OFF OFF
61 OFF ON OFF OFF OFF OFF
62 ON OFF OFF OFF OFF OFF
63 OFF OFF OFF OFF OFF OFF
LET OP : de adres instelling geschiedt door middel van het binaire
stelsel, wat inhoudt dat de schakelaars de volgende waarden hebben :
Switch 1 : waarde 1
Switch 2 : waarde 2
Switch 3 : waarde 4
Switch 4 : waarde 8
Switch 5 : waarde 16
Switch 6 : waarde 32
Switch 7 : modem
Switch 8 : PG, nvt.
Op de volgende pagina staan de adres selecties en een situatie tekening.
Adresinstelling :
Technische Handleiding Superterm, Maart 2004, versie 1.2
Situatie switches : De Dip-switches gesitueerd
op het bord. De switches
kunnen zowel naar links als
naar rechts ingedrukt worden.
Onderstaande afbeelding
toont beide mogelijkheden.
Samen met bovenstaande
tabel kunnen de 63 adressen
op simpele wijze ingesteld
worden.
Het zwarte puntje geeft de
ingedrukte toestand aan.
Lithium back-up : Standaard beschikt de
Superterm over een
geheugen voor ongeveer
3000 kaarten.
In het geval dat de
spanningsvoorziening
van de Superterm geheel
wegvalt, kan een
lithiumcel er voor zorgen dat
het geheugen
alle instellingen behoudt.
Door middel van een jumper
kunnen we
dit bepalen.
Bij uitlevering van de Superterm staat de
jumper op “OUT” wat inhoudt dat deze
niet actief is (jumper : pin 2 en 3 doorverboden,
rechts).
1 2 3
Mbat
Tamper
Alarmingangen 17-24
1
RS232
RS422
RS232
RS232 naar PC
MODE
S1
3
1
2
6
4
5
RS485
EOL 2
Monitr
EOL 1
Com1
Com2
7
8
1
2
4
8
16
32
modem
pg
AC
12V
SV/CPU
Rxd
Txd
T2
T1
Mbat
S2
RLY_2 RLY_4 RLY_6 RLY_8 RLY_10 RLY_12RLY_14 RLY_16
RLY_1 RLY_3 RLY_5 RLY_7 RLY_9 RLY_11RLY_13 RLY_15
Tamper
Alarmingangen 17-24
1
RS232
1
2
3
4
5
6
7
8
1
2
4
8
16
32
modem
pg
RS232
RS232 naar PC
MODE
1
2
5
3
4
6
7
EOL 2
S1
RS485
RS422
Monitr
EOL 1
Com1
Com2
8
1
2
4
8
16
32
modem
AC
12V
SV/CPU
Rxd
Txd
T2
T1
S2
Mbat
RLY_2 RLY_4 RLY_6 RLY_8 RLY_10 RLY_12 RLY_14 RLY_16
RLY_1 RLY_3 RLY_5 RLY_7 RLY_9 RLY_11RLY_13 RLY_15
Na installatie van de Superterm wordt deze geladen met gegevens vanuit een
PC. Als dit gebeurt is dan kan de batterij actief gemaakt worden. Daartoe zet
u de jumper op “IN” (jumper overzetten naar pin 1 en 2, links).
Pagina 10
Technische Handleiding Superterm, Maart 2004, versie 1.2
Baud rates :
De lithiumcel gaat overigens 10 maanden onafgebroken mee, indien de spanning continue van het
bord verwijderd is (jumper op “IN”).
De Superterm heeft 2 extra COM-poorten; COM1 en COM2.
Deze poorten kunnen los van elkaar qua baudrate (communicatie snelheid)
ingesteld worden. Ook dit gebeurt door middel van een jumper.
De standaard instelling van beide poorten is 9600 baud.
De keuzes zijn :- 1200 baud (pin 7-8)- 2400 baud (pin 5-6)- 4800 baud (pin 3-4)- 9600 baud (pin 1-2)
Links zit de instelling voor COM1, rechts die voor COM2.
In principe wordt COM1 gebruikt voor de communicatie met de CRT
(ASCII terminal). Op COM2 kan een seriële printer worden
aangesloten.
In de meeste gevallen staan deze instellingen goed, u hoeft ze dus niet te
wijzigen.
.
Tamper
Alarmingangen 17-24
RS232
RS232
RS232 naar PC
MODE
RS485
RS422
EOL 1
EOL 2
S1
2
3
1
5
6
4
1
Monitr
Com1
Com2
1
2
8
7
4
8
16
32
modem
pg
AC
12V
SV/CPU
Rxd
Txd
T2
T1
S2
Mbat
RLY_2 RLY_4 RLY_6 RLY_8 RLY_10 RLY_12 RLY_14 RLY_16
RLY_1 RLY_3 RLY_5 RLY_7 RLY_9 RLY_11 RLY_13 RLY_15
Pagina 11
Technische Handleiding Superterm, Maart 2004, versie 1.2
4.0 Inleiding Communicatie mogelijkheden
De Superterm beschikt over diverse communicatie mogelijkheden. In dit hoofdstuk laten we zien op
welke manieren een Superterm aangesloten kan worden via de verschillende protocollen.
1
1
2
3
4
5
6
Com1
Com2
7
8
Als eerste item wordt de PC aangesloten op de Superterm om via de software een verbinding te
creëren. Deze communicatie (polling) kan verlopen via RS232 & RS422.
Op de print wordt het polling gedeelte vernoemd als POLL. Deze is vervolgens onderverdeeld in 2
stukken; RS232 en RS422.
Situatie print :
De meest gebruikte aansluiting van PC naar de Superterm, is de RS232
verbinding. Dit is een 3-draads verbinding waarbij de kabel rechtstreeks op
de seriele poort van de PC aangesloten wordt.
De maximale kabellengte tussen Superterm en PC met dit protocol is 15
meter.
Is de afstand groter dan 15m, dan kunnen we de communicatie laten verlopen
via het RS422 protocol. Dit is een 4-draads systeem.
Hiervoor hebben we echter een converter nodig, die het
RS232 signaal van de PC omzet in een RS422 signaal.
Pagina 12
Technische Handleiding Superterm, Maart 2004, versie 1.2
De maximale kabellengte tussen Superterm en converter is 1200 meter.
Deze speciale converter is verkrijgbaar bij ARAS, onder bestelnr.
E1940PL.
Naast deze mogelijkheden is het ook nog mogelijk om via de RS232 lijn
met een modem de Superterm te bedienen.
4.1 RS232 PC -> Superterm
De volgende tekening geeft aan welke punten verbonden moeten worden als een verbinding
gemaakt moet worden tussen de PC en de Superterm over een RS232 lijn.
De nummers bij de COM-poorten zijn de pinbezettingen van de betreffende connectors.
Pagina 13
Technische Handleiding Superterm, Maart 2004, versie 1.2
4.2 RS232 PC -> Superterm d.m.v. kiesmodem
De volgende tekening laat hetzelfde zien alleen dan bij gebruik van een modem.
Raadpleeg ARAS Security voor een geschikt modem. De kabel tussen PC en modem moet een
modemkabel zijn !
LET OP : pin 6 dient met pin 20 en pin 4 dient met pin 5 doorverbonden te worden op de 25
polige connector aan de paneel zijde.
Pagina 14
Technische Handleiding Superterm, Maart 2004, versie 1.2
4.3 RS422 PC -> Superterm (+converter)
Naast de RS232 verbinding kunnen we de PC met de Superterm laten communiceren d.m.v. een
RS422 verbinding. Hiervoor is de converter vereist. Deze converter bezit een 25-polige connector
die direct op de PC aangesloten kan worden. Daarnaast moet een 220V aansluiting beschikbaar zijn
voor de voeding van de converter (adapter). Hiernaast het aansluitschema.
Maximale afstand converter -> Superterm : 1200m.
3 2 7
IC-485S
TxON
DCE
DTE
RxON
T-RTS
R-RTS
T-RTS
RxON
RS422
4
3
2
1
COM poort
PC, DB25 pins
Terminal RJ-11
MONI
(RTS)
RS422
4 3 2 1
SUPERTERM
5.0 Communicatie onderling
Afhankelijk van de te gebruiken software is het mogelijk om diverse Superterms achter elkaar te
“hangen”. Dit kan maximaal 63 stuks per communicatielijn zijn.
De meest gebruikte communicatie methode onderling, is de RS422 repeat mode (serieel). Daarnaast
is het mogelijk om RS422 multidrop te gebruiken (parallel).
Pagina 15
Technische Handleiding Superterm, Maart 2004, versie 1.2
Jumper modes :
Op de Superterm print zitten 2 jumpers die verantwoordelijk zijn voor deze instellingen.
Onderstaande tekening toont ze.
Tamper
MODE
1
EOL 2
1
Alarmingangen 17-24
1
RS232
RS232
RS422
RS232 naar PC
MODE
EOL 2
S1
1
2
3
5
4
1
2
Monitr
RS485
EOL 1
Com1
Com2
6
7
8
4
8
16
32
modem
AC
12V
SV/CPU
Rxd
Txd
T2
T1
S2
Mbat
RLY_2 RLY_4 RLY_6 RLY_8 RLY_10 RLY_12 RLY_14 RLY_16
RLY_1 RLY_3 RLY_5 RLY_7 RLY_9 RLY_11RLY_13 RLY_15
MODE-jumper : Als eerste de jumper waarbij staat MODE.-
Repeat (RPT) : dit is de standaard instelling (seriële communicatie,
jumper op pin 1 en 2)-
Multidrop (MD) : dit is de instelling voor de parallelle communi
catie (jumper op 2 en 3).
Beide hebben hun voor en nadelen.
Bij de repeat mode geldt dat de maximale afstand tussen de Superterms
onderling, 1200 meter mag zijn.
In de multidrop mode mag de TOTALE lijn 1200 meter zijn.
EOL2-jumper :
De tweede jumper is de EOL2. De jumper wordt gebruikt om bij een
RS422 Multidrop communicatie (zie volgende pagina) aan te geven dat het de
laatste Superterm in de lijn is.
Pagina 16
Technische Handleiding Superterm, Maart 2004, versie 1.2
Bij de RS422 repeat mode moet deze altijd op IN staan (standaard
instelling, jumper over PIN 1 en 2).
Bij de RS422 multidrop mode moet deze altijd op OUT (tussen PIN 2 en 3)
staan behalve bij de laatste Superterm in de lijn (die kabeltechnisch het verst
weggelegen is, jumper tussen PIN 1 en 2).
5.1 RS422 Repeat mode
Onderstaand het aansluitschema van meerdere Superterms aangesloten in de RS422 repeat mode.
RS422
RS422
RS422
SUPERTERM, adres 2
SUPERTERM, adres 1
SUPERTERM, adres 3
De maximale kabelafstand in deze mode is 1200 meter (tussen de Superterms).
De tabel op de volgende pagina verduidelijkt de situatie nog enigszins.
Pagina 17
Technische Handleiding Superterm, Maart 2004, versie 1.2
De inkomende lijn is MD, de uitgaande lijn (dus naar de volgende Superterm) is RPT.
De datalijnen zijn gekruist :- RPT / T+-> MD / R+- RPT / T--> MD / R-- RPT / R+-> MD / T+- RPT / R--> MD / T
Naast het goed aansluiten is het ook belangrijk dat de kabel goed is afgeschermd. Een goede kabel
is “twisted - pair” met een afscherming.
Dit type kabel is verkrijgbaar bij ARAS Security.
De afscherming kan aangesloten worden aan het chassis van de kast.
LET OP : VOORKOM AARDLUSSEN !!
Zie voor kabelspecificaties en “afschermings regels” pagina 37 & 38.
5.2 RS422 Multidrop mode
Deze mode is iets simpeler doordat de constructie parallel is. Onderstaande tekening toont het
aansluitschema.
RS232 naar 422 converter
T+
T
R
Naar PC
R+
In deze mode wordt er één datakabel gelegd, waarop de Superterms parallel aangesloten kunnen
worden. De maximale lengte van de totale lijn is 1200 meter.
LET OP :
In deze situatie mogen er maximaal 10 Superterms op de lijn zitten !!
Ook in deze mode geldt dat de datakabel voldoende afgeschermd moet zijn voor een correcte
werking. (let ook op de jumper EOL2 en MODE uit het vorige hoofdstuk).
Voor deze mode is een speciale RS 422 converter vereist.
Pagina 18
Technische Handleiding Superterm, Maart 2004, versie 1.2
Aansluitingen :
6.0 Lezer aansluitingen & ingangen
Zoals gezegd kunnen we op de Superterm 8 lezers aansluiten. De connectoren voor de lezers zitten
links en rechts op de print. Onderstaande afbeelding toont deze.
Tamper
Alarmingangen 17-24
1
RS232
RS232
RS422
RS232 naar PC
MODE
1
2
3
4
RS485
EOL 2
Monitr
EOL 1
Com1
Com2
5
6
7
8
S1
1
2
4
8
16
32
modem
pg
AC
12V
SV/CPU
Rxd
Txd
T2
T1
S2
Mbat
+5v
2 led
12v
gnd
led
D1
D0
1
2
R1
R2
R3
R4
C1
C2
C3
AL
RT
AL
RT
RLY_2 RLY_4 RLY_6 RLY_8 RLY_10 RLY_12 RLY_14 RLY_16
RLY_1 RLY_3 RLY_5 RLY_7 RLY_9 RLY_11 RLY_13 RLY_15
Pin 1 :
5V aansluiting voor de lezer
Pin 2 :
Pin 3 :
Pin 4 :
Pin 5 :
led 2 (wordt standaard niet gebruikt)
12 V aansluiting voor de lezer
Ground aansluiting voor de lezer
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
Led aansluiting voor de lezer (wordt 0V indien kaart geldig)
Pin 6 :
Pin 7 :
Pin 8 :
Pin 9 :
Pin 10 :
Pin 11 :
Pin 12 :
Pin 13 :
Pin 14 :
Pin 15 :
Pin 16 :
Pin 17 :
Pin 18 :
Data 1 aansluiting
Data 0 aansluiting
Rij 1 aansluiting voor keypad (3x4 matrix)
Rij 2 aansluiting voor keypad (3x4 matrix)
Rij 3 aansluiting voor keypad (3x4 matrix)
Rij 4 aansluiting voor keypad (3x4 matrix)
Kolom 1 aansluiting voor keypad (3x4 matrix)
Kolom 2 aansluiting voor keypad (3x4 matrix)
Kolom 3 aansluiting voor keypad (3x4 matrix)
Digitale ingang 1 (AL 1), wordt vaak gebruikt voor
deurstandsignalering
Ground voor digitale ingang 1 (RT 1)
Digitale ingang 2 (AL 2), wordt vaak gebruikt voor bypass
Ground voor digitale ingang 2 (RT 2)
Pagina 19
Technische Handleiding Superterm, Maart 2004, versie 1.2
Ingangen :
Deze aansluitingen gelden voor alle lezers (echter anders benoemde digitale ingangen).
Per lezer (deur) zijn 2 digitale ingangen beschikbaar; 1 voor een deur-
contact en 1 voor een bypasscontact. De ingangen zijn als volgt per lezer
verdeeld :- Deur 1
: ingang 1 & 2 (links op de print)- Deur 2- Deur 3- Deur 4- Deur 5- Deur 6- Deur 7- Deur 8
: ingang 3 & 4 (links op de print)
: ingang 5 & 6 (rechts op de print)
: ingang 7 & 8 (rechts op de print)
: ingang 9 & 10 (links op de print)
: ingang 11 & 12 (links op de print)
: ingang 13 & 14 (rechts op de print)
: ingang 15 & 16 (rechts op de print)
LET OP : er mag onder geen enkele voorwaarde een spanning gezet worden op de ingangen, deze
kunnen daardoor defect raken. De ingangen kunnen gewoon als “normaal open” of “normaal
gesloten” contacten aangeboden worden.
6.1 Extra ingangen
Alarmingangen 17-24
Tamper
Alarmingangen 17-24
RS232
RS232
RS422
RS232 naar PC
MODE
RS485
EOL 2
EOL 1
Monitr
Com1
S1
1
2
3
5
4
6
7
8
AC
12V
SV/CPU
1
Com2
1
2
4
8
16
32
modem
pg
Rxd
Txd
T2
T1
S2
Mbat
RLY_2 RLY_4 RLY_6 RLY_8 RLY_10 RLY_12 RLY_14 RLY_16
RLY_1 RLY_3 RLY_5 RLY_7 RLY_9 RLY_11 RLY_13 RLY_15
Pagina 20
Technische Handleiding Superterm, Maart 2004, versie 1.2
Naast deze 8 ingangen zitten er op de Superterm nog 8 extra ingangen, welke ook vrij te definiëren
zijn. Die ingangen zijn genummerd van 17 tot en met 24. De aansluitingen zijn als volgt gesitueerd.
6.2 Sabotage ingang
Standaard beschikt de Superterm over een Sabotage ingang waarvan het contact in de behuizing is
ondergebracht. Deze ingang kunt u definiëren als zijnde ingang 81. Bij een status verandering wordt
deze weergegeven op het scherm. Eventueel kan het console relais (relais 73) softwarematig
gekoppeld worden aan deze ingang. Onderstaande afbeelding laat de positie zien van deze ingang.
1
1
2
3
5
4
Com1
Com2
6
7
8
Pagina 21
Technische Handleiding Superterm, Maart 2004, versie 1.2
6.3 Aansluitingen ingangen algemeen
Op alle ingangen van de Superterm kunnen we contacten aanbieden in de vorm van “normaal open”
of “normaal gesloten”. Daarnaast is het ook nog eens mogelijk om softwarematig de ingang te
benoemen als “normaal open” of “normaal gesloten”.
Per lezer kunnen 2 contacten aangesloten worden, meestal 1 voor bypass (toets om deur te openen)
en 1 voor ‘n deurstand signalerings contact. Onderstaand afbeelding laat een voorbeeld zien van die
situatie.
Te gebruiken contacten :- Deurstand signalering (normaly closed)- Bypass (normaly open)
Bypass knop
achterzijde deur
Lezer aan
voorzijde deur
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
+5V DC
2 led
12V
Gnd
Led
D1
D0
R1
R2
R3
R4
C1
C2
C3
AL1
RT1
AL2
RT2
Pagina 22
Technische Handleiding Superterm, Maart 2004, versie 1.2
7.0 Relais + aansluitingen, potentiaalvrij
De Superterm bezit in totaal 17 relais welke vrij te benutten en te programmeren zijn. Elk relais is
potentiaalvrij of spanning voerend (zie volgende hoofdstuk) en kan maximaal 3A bij 24VDC
schakelen.
LET OP : Zet dus geen 220VAC op de contacten; een geurend relais is het gevolg !!
In principe zijn voor elke lezer (deur) 1 strike relais en 1 shunt relais gereserveerd. Het strike relais is
om de deur te openen, het shuntrelais voor een handeling naar keuze.
Voor de 8 lezers zijn dus in totaal 16 relais beschikbaar.
In de software zijn deze relais aangeduid als relais 1 t/m 16.
Het zeventiende relais, is het console relais. Dit relais kunnen we laten schakelen op uitzonderlijke
handelingen, zoals ongeldige kaart of sabotage. (zie pag. 5).
In de software wordt dit relais benoemd als relais 73. De aansluiting is RLY17.
Alle aansluitingen van de relais zitten onderaan de print. De volgende afbeelding laat de situatie zien
inclusief de contacten.
Tamper
Alarmingangen 17-24
1
RS232
RS232
RS422
RS232 naar PC
MODE
1
2
3
4
5
6
7
8
RS485
EOL 2
S1
1
2
4
8
Monitr
Com1
EOL 1
Com2
16
32
modem
AC
12V
SV/CPU
Rxd
Txd
T2
T1
S2
Mbat
RLY_2 RLY_4 RLY_6 RLY_8 RLY_10 RLY_12RLY_14 RLY_16
RLY_1 RLY_3 RLY_5 RLY_7 RLY_9 RLY_11 RLY_13 RLY_15
RLY_2/16
RLY_1/17
Pagina 23
Technische Handleiding Superterm, Maart 2004, versie 1.2
Pagina 24
Alarmingangen 17-24 Tamper RS422 RS485 RS232 naar PC RS232 RS232
EOL 1
RLY_1 RLY_3 RLY_5 RLY_7 RLY_9 RLY_11RLY_13 RLY_15
RLY_2 RLY_4 RLY_6 RLY_8 RLY_10 RLY_12 RLY_14 RLY_16
S2
AC
12V
SV/CPURxd
Txd
T2
T1
1
2
3
4
5
6
7
8
S1
1
2
4
8
16
32
modem
1 Mbat
MODE
Monitr
Com1
Com2
EOL 2
Externe
Voeding
+
Jumper of
Noodknop
Voor alle relais (connectoren RLY1-17) gelden de volgende aansluitingen (zie tekening vorige
pagina):- 1 : “Normaal open” contact- 2 : “Common” contact- 3 : “Normaal gesloten” contact
7.1 Relais + aansluitingen, spanning voerend
De Superterm is uitgerust met een mogelijkheid om de “strike relais” (alle oneven relais nummers)
rechtstreeks een spanning te laten schakelen (MAX. 24VDC / 3A).
Om deze functie te aktiveren dienen een aantal jumpers omgezet te worden en de gewenste spanning
dient extern op het bord gezet te worden.
Externe Voeding :
De voeding dient geplaatst te worden in de buurt van de Superterm. Op de aansluitpunten “STK- “
en “STK+” wordt de spanning aangesloten (Max. 24 VDC/ 3A).
Wisselspanning is niet toegestaan i.v.m. eventuele storingen.
Technische Handleiding Superterm, Maart 2004, versie 1.2
Jumpers :
?
?
Op de aansluitingen “DIS” kunt u een noodknop plaatsen om te spanning voor alle strike relais in een
keer te onderbreken. Indien u dit niet wilt gebruiken moet een jumper geplaatst worden over de
aansluitingen “DIS”.
Tamper
Alarmingangen 17-24
1
RS232
RS232
RS422
RS232 naar PC
MODE
1
2
3
4
5
6
7
8
RS485
EOL 2
Monitr
EOL 1
Com1
Com2
S1
1
2
4
8
16
32
modem
AC
12V
SV/CPU
Rxd
Txd
T2
T1
S2
Mbat
RLY_2 RLY_4 RLY_6 RLY_8 RLY_10 RLY_12RLY_14 RLY_16
RLY_1 RLY_3 RLY_5 RLY_7 RLY_9 RLY_11RLY_13 RLY_15
R L
Zekering
De jumpers bij de relais zijn alleen van toepassing op de “strike-relais” (alle on-even nummers).
Beide jumpers per relais moeten omgezet worden om een functie te aktiveren. Daarnaast is dan per
relais een zekering in het circuit opgenomen om kortsluiting uit te sluiten.
De jumpers hebben 2 standen :
R (remote) : potentiaal vrije contacten (rechtse zijde + midden)
L (local)
: voeding op relais vanuit externe voeding (linkse zijde + midden)
Normaal staan de jumpers op stand “R” en zijn alle relais dus potentiaalvrij. Indien u spannings
voerende relais wilt gaan gebruiken dienen de jumpers per “strike-relais” ingesteld te worden op
stand “L”.
De aansluitingen voor de relais zijn bij stand “L” als volgt gedefinieert :
COM (midden contact)
: min (-) aansluiting indien min aanwezig op “STK-“ (zie pag. 23).
NO/NC (schakel contact) : plus (+) aansluiting indien plus aanwezig op “STK+”.
Pagina 25
Technische Handleiding Superterm, Maart 2004, versie 1.2
8.0 Voeding en externe aansluitingen
De Superterm beschikt standaard over een voeding van 12VDC, 3A piek (2,5A continue) voor de
spanning verzorging van deursloten en magneten.
Naast deze 3A is een aparte aansluiting opgenomen voor de voeding van de print. Deze voeding is
2x 15VAC met een maximale stroom van 1A.
Als optie is een noodstroom accu leverbaar voor het geval dat de spanning uitvalt. De accu neemt
dan alle taken van de voeding over.
De voeding is uitbedraad naar de Superterm naar connector POWER. Onderstaande afbeelding
toont deze aansluiting.
Tamper
Alarmingangen 17-24
1
RS232
RS232
RS422
RS232 naar PC
MODE
1
2
3
4
5
6
7
8
RS485
EOL 2
S1
Monitr
EOL 1
Com1
Com2
1
2
4
8
16
32
modem
AC
12V
SV/CPU
Rxd
Txd
T2
T1
S2
Mbat
RLY_2 RLY_4 RLY_6 RLY_8 RLY_10 RLY_12 RLY_14 RLY_16
RLY_1 RLY_3 RLY_5 RLY_7 RLY_9 RLY_11 RLY_13 RLY_15
Naar
AC trafo
Naar
Voeding
De jumpers tussen Reg-in / DC / Charger moeten aanwezig blijven !
Standaard beschikt de Superterm print over een 5V en 12V spanningsverzorging voor de lezers.
Als een hogere stroom verwacht wordt dan 1A dan kunt u de betreffende lezer het beste extern
voeden (dus niet via de print).
Pagina 26
Technische Handleiding Superterm, Maart 2004, versie 1.2
Superterm print : 2x 15VAC / 1A
Overig :
8.1 Superterm voeding
12VDC / 3A (piek) , 2,5A continue
De voeding is uitgerust met de volgende klemmen :- 1x 220VAC klem (afgezekerd, 1A)- 1x 30VAC klem voor voeding Superterm print - 2x 12VDC klem (afgezekerd, 3A)- Totaal is de voedings PCB afgezekerd met 4A
De voeding zelf voldoet aan alle eisen van de CE-keur en is radio- en tv ontstoord door middel van
een filter. Nevenstaande afbeelding toont de voeding met alle klemmen.
Op de voeding is 1 indicator opgenomen : wisselspanning aanwezig (aanduiding “led”).
Vrij te gebruiken,
Max. 3A, 12VDC
Naar Superterm
+ - +
Zekering 3A
Led
Zekering 4A
Pagina 27
Technische Handleiding Superterm, Maart 2004, versie 1.2
Onderstaand de Superterm in behuizing met aansluitingen voor 220VAC.
Tamper
Alarmingangen 17-24
RS232
RS232
RS232 naar PC
MODE
RS422
RS485
EOL 2
S1 1
2
4
3
2
1
6
5
1
Monitr
EOL 1
Com1
Com2
4
8 16
32
modem
8
7
12V
SV/CPU
AC
Rxd
Txd
T2
T1
S2
Mbat
RLY_2 RLY_4 RLY_6 RLY_8 RLY_10 RLY_12 RLY_14 RLY_16
RLY_1 RLY_3 RLY_5 RLY_7 RLY_9 RLY_11 RLY_13 RLY_15
TRAFO
220 aansluiting
De 220VAC klem is ingedeeld :- N : Nul- E : Aarde- L : Fase
Voeding
Rechts onderin de kast is ruimte gereserveerd voor een accu. Klemmen om deze aan te sluiten zijn
standaard opgenomen bij de voeding.
8.2 Zekeringen bij voeding en Superterm
De voeding en zijn op een aantal manieren gezekerd (zie onderstaande tekening).
? Primair bij trafo (220 V)
? Secundair bij voeding AC
? Secundair bij voeding DC
: glaszekering F 1A (snel)
: keramische zekering F 4A (snel)
: glaszekering F3,15A (snel)
5 x 20 mm
5 x 20 mm
5 x 20 mm
Pagina 28
Technische Handleiding Superterm, Maart 2004, versie 1.2
Ook op het Superterm bord zijn een aantal zekeringen opgenomen.
? Zekering t.b.v. externe spanning op superterm PCB
? Zekeringen t.b.v. spanningsvoerende relais (8 stuks)
: glaszekering T 10A,
: zekering T 2A
Onderstaande afbeelding situeert de relais op de Superterm PCB.
Tamper
Alarmingangen 17-24
1
RS232
RS232
RS422
RS232 naar PC
MODE
5 x 20 mm
RS485
EOL 2
S1
1
2
3
4
5
6
7
8
Monitr
EOL 1
Com1
Com2
1
2
4
8
16
32
modem
AC
12V
SV/CPU
Rxd
Txd
T2
T1
S2
Mbat
RLY_2 RLY_4 RLY_6 RLY_8 RLY_10 RLY_12 RLY_14 RLY_16
RLY_1 RLY_3 RLY_5 RLY_7 RLY_9 RLY_11 RLY_13 RLY_15
Zekering
T 2A
Zekering
F 10A
Voor alle zekeringen geldt : indien deze vervangen moeten worden altijd dezelfde waarden
gebruiken.
Zekering t.b.v.
DC uit
In kast
Zekering t.b.v.
220V in
N E L
Zekering 3,15A
+ - +
Led
Zekering 4A
Zekering t.b.v.
AC in
Pagina 29
Technische Handleiding Superterm, Maart 2004, versie 1.2
8.3 Aansluiting spanning t.b.v. uitbreiding borden
Op de Superterm is een terminal aangebracht welke dient voor de spanningsvoorziening van de
uitbreiding borden (ingang en uitgang).
Onderstaande afbeelding toont de situatie van de aansluiting.
1
2
1
4
3
5
6
Com1
Com2
8
7
De Superterm kan aangevuld worden met maximaal 3 uitbreidings borden van het type ingang- of
uitgang. De extra borden kunnen rechtstreeks gevoed worden vanuit de Superterm.
Op de extra aansluiting zijn daarvoor 3 setjes gereserveerd van elk een +12V aansluiting en een
ground.
Deze 12V uitgang mag alleen voor dit doel gebruikt worden, dus niet om sloten o.i.d. te
voeden !
De 10A zekering op de Superterm PCB (zie vorige pagina) zorgt ervoor dat de uitbreidings- borden
gezekerd zijn.
Pagina 30
Technische Handleiding Superterm, Maart 2004, versie 1.2
Pagina 31
Alarmingangen 17-24 Tamper RS422 RS485 RS232 naar PC RS232 RS232
EOL 1
RLY_1 RLY_3 RLY_5 RLY_7 RLY_9 RLY_11RLY_13 RLY_15
RLY_2 RLY_4 RLY_6 RLY_8 RLY_10RLY_12RLY_14RLY_16
S2
AC
12V
SV/CPU
Rxd
Txd
T2
T1
1 2
3 4 5 6
7 8
S1
1
2
4
8
16
32
modem
1
Mbat
MODE
Monitr
Com1
Com2
EOL 2
9.0 Extra opties van de Superterm
De Superterm heeft nog enkele voorzieningen die niet vaak gebruikt worden, welke we echter niet
weg willen laten uit deze handleiding.
Op de print zitten naast de normale RS232 communicatie (POLL) ook nog 2 extra communicatie
poorten; COM1 & COM2. De baudrates hiervan zijn in te stellen (zie pag. 10).
Een toepassing welke kan aangesloten worden op deze poort is een aan/afwezigheid tableau. Deze
maakt door middel van led’s zichtbaar welke kaarthouders aanwezig zijn en welke afwezig. Hierbij is
een anti-pass back situatie of time & attendance situatie vereist.
Dit tableau kan alleen aangesloten worden op COM1.
LET OP : Met deze poorten is de Superterm NIET te programmeren !!
In onderstaande afbeelding is de situatie te zien van beide poorten.
Voor details over deze aansluitingen kunt u contact opnemen met ARAS Security B.V.
Technische Handleiding Superterm, Maart 2004, versie 1.2
Deze wiegandlezer is geschikt
voor zowel binnen als buiten.
De maximale spanning voor
deze lezer bedraagt : 5Vdc.
10.0 Diverse lezers en aansluitingen
Op de Superterm kunnen maximaal 8 kaartlezers aangesloten worden. Op de volgende pagina’s
staan de meest gebruikte kaartlezers weergegeven inclusief de kleur coderingen van de LEZER zelf.
10.1 Wiegandlezer (uitvoering 1 led)
ROOD
ZWART
BRUIN
WIT
GROEN
10.2 Wiegandlezer (uitvoering 3 leds)
Deze wiegandlezer is geschikt
voor binnen en buiten.
ROOD
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
ZWART
*BRUIN/GEEL/PAARS
WIT
De spanning op de lezer mag
liggen tussen de 5Vdc en 12Vdc.
Om de leds eventueel continue
op te laten lichten : sluit de be
treffende draden aan op de GND.
GROEN
+5V DC
2 LED
12V
Gnd
Led
D1
D0
R1
R2
R3
R4
C1
C2
C3
AL1
RT1
AL2
RT2
1
2
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
GEEL : LED GEEL
BRUIN : LED ROOD
PAARS : LED GROEN
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
+5V DC
2 LED
12V
Gnd
Led
D1
D0
R1
R2
R3
R4
C1
C2
C3
AL1
RT1
AL2
RT2
Door 4
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
Pagina 32
Technische Handleiding Superterm, Maart 2004, versie 1.2
Pagina 33
Door 4 Door 1
+5V DC
2 LED
12V
Gnd
Led
D1
D0
R1
R2
R3
R4
C1
C2
C3
AL1
RT1
AL2
RT2
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
ROOD/BLAUW
ZWART
WIT
GROEN
*PAARS/BRUIN/GEEL
PAARS : LED ROOD
BRUIN : LED GROEN
GEEL : LED ORANJE
Om de led’s te kunnen laten werken moet
de blauwe draad op +5V aangesloten worden.
LEDS worden allen met 0V gestuurd.
Door 4
+5V DC
2 LED
12V
Gnd
Led
D1
D0
R1
R2
R3
R4
C1
C2
C3
AL1
RT1
AL2
RT2
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
ROOD
ZWART
GROEN
Cardaccess
BLAUW
10.3 AXM-magneetstriplezer
Deze lezer is voor zowel binnen
als buiten geschikt en leverbaar in
de volgende uitvoeringen :- RVS kleur- Zwart
Het materiaal van de lezer is RVS.
De maximale spanning voor deze
lezer bedraagt 5Vdc.
10.4 Magneetstrip binnenlezer (kunststof)
Deze lezer is alleen geschikt
voor binnen gebruik.
De aansluitspanning van
deze lezer is 5Vdc.
De lezer wordt geleverd
met een montageplaat.
Overigens heeft deze lezer
geen led-indicator.
Technische Handleiding Superterm, Maart 2004, versie 1.2
Pagina 34
Door 4
+5V DC
2 LED
12V
Gnd
Led
D1
D0
R1
R2
R3
R4
C1
C2
C3
AL1
RT1
AL2
RT2
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
ROOD
ZWART
ORANJE
GROEN
WIT
Door 3
+5V DC
2 LED
12V
Gnd
Led
D1
D0
R1
R2
R3
R4
C1
C2
C3
AL1
RT1
AL2
RT2
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
1
KEYTOUCH-INTERFACE
BLK
GRY
GND
RTN
DT0
DT1
LED
+5V
WIT
BRUIN
KEYTOUCH LEZER
10.5 Access Prox I lezer
Deze lezer is geschikt voor zowel
binnen als buiten.
De aansluitspanning van deze lezer
mag liggen tussen 5Vdc en 16Vdc.
Vanwege het leesbereik adviseren
wij de lezer aan te sluiten op 12Vdc.
10.6 Keytouch II lezer
De keytouchlezer is een lezer
die zeer vandalisme bestendig
is. Hij is gemaakt van roestvrij
staal, en gebruikt een interface
als koppeling naar de Superterm
toe.
De lezer moet op een zo kort
mogelijke afstand van de interface
opgehangen worden. De maximale
kabelafstand van de interface naar
de Superterm is 100 meter.
Op de lezer zit een rode led die op diverse manieren geschakeld kan worden :- bij geldige kaart : geel op +5Vdc, groen op klem 5 (led) van de Superterm.- bij lezen van kaart : geel op +5Vdc, groen op ledaansluiting van de interface
De maximale aansluitspanning op de interface is 5Vdc.
Technische Handleiding Superterm, Maart 2004, versie 1.2- -
11.0 Reset procedure
De Superterm kan op 2 manieren gereset worden; een zachte- en een harde reset.
Voor de zachte reset drukken we voor enkele seconden de rode resetknop in, welke zich rechts op
de print bevindt (S2). De zachte reset wordt gebruikt om de Superterm opnieuw te initialiseren.
Tamper
Alarmingangen 17-24
1
RS232
RS232
RS422
RS232 naar PC
MODE
S1
2
3
1
4
5
RS485
EOL 2
Monitr
EOL 1
Com1
Com2
6
7
8
1
2
4
8
16
32
modem
AC
12V
SV/CPU
Rxd
Txd
T2
T1
S2
Mbat
S1
1
2
4
8
16
32
modem
pg
IN UIT
Mbat
RLY_2 RLY_4 RLY_6 RLY_8 RLY_10 RLY_12RLY_14 RLY_16
RLY_1 RLY_3 RLY_5 RLY_7 RLY_9 RLY_11RLY_13 RLY_15
S2
Bovenstaande afbeelding toont alle items die nodig zijn voor een goede “harde” reset.
LET OP : Bij een harde reset wordt de Superterm helemaal leeggemaakt. Indien dit moet
gebeuren, volg dan de volgende procedure. N.B. de spanning blijft op het bord aanwezig !
Zet het adres (S1) van de Superterm op “0“ (alle dipswitches naar rechts, zoals op de
afbeelding).-
Zet de jumper van de batterij voor het geheugen op “OUT”.
Druk de rode resetknop (S2) in voor 10 seconden.
Nu is de Superterm leeg. Zet het adres terug op de oorspronkelijke instelling en zet de jumper van
de batterij op “IN”. Indien de Superterm is aangesloten op de PC waar de software op draait, dan
wordt de Superterm automatisch geladen volgens de instellingen in de PC.
Pagina 35
Technische Handleiding Superterm, Maart 2004, versie 1.2
Pagina 36
Alarmingangen 17-24 Tamper RS422 RS485 RS232 naar PC RS232 RS232
EOL 1
RLY_1 RLY_3 RLY_5 RLY_7 RLY_9 RLY_11RLY_13 RLY_15
RLY_2 RLY_4 RLY_6 RLY_8 RLY_10 RLY_12RLY_14 RLY_16
S2
AC
12V
SV/CPU
Rxd
Txd
T2
T1
1
2 3 4
5 6 7
8
S1
1
2
4
8
16
32
modem
pg
1
Mbat
MODE
Monitr
Com1
Com2
EOL 2
Aansluiting voor geheugen
Uitbreidingsbord (max. 100.000 kaarten)
Aansluiting voor
Ingang/relais kaarten
12.0 Externe aansluitingen
De Superterm bezit enkele mogelijkheden tot uitbreiding van in- en uitgangen evenals een geheugen
uitbreiding voor een hoger maximum aantal kaarthouders.
Voor alle uitbreidings borden geldt dat ze “plug en play” zijn, met andere woorden : de Superterm en
software zien de borden na installatie volautomatisch.
Van de in- en uitgangsborden kunnen per Superterm maximaal 3 aangesloten worden, dus 3
ingangsborden of 3 uitgangsborden. Een combinatie van deze 2 behoort ook tot de mogelijk-heden.
De borden worden naast de Superterm behuizing gemonteerd en worden middels een flatcable
aangesloten op de Superterm print.
De geheugen uitbreidingsborden zijn in 2 verschillende typen verkrijgbaar; een voor maximaal
10.000 kaarthouders of een voor maximaal 100.000 kaarthouders.
De geheugenborden moeten BOVEN de Superterm print gemonteerd worden op de aangegeven
connector. Maximaal 1 kaart per Superterm is toegestaan.
In onderstaande afbeelding is de situatie te zien van de 2 mogelijkheden.
Technische Handleiding Superterm, Maart 2004, versie 1.2- -
De aansluiting IN-OUT is voor de in- en uitgangsborden. Deze aansluiting is 34 pins (voor de flat
cable) en zit bovenop de Superterm print. Aansluiting U56 zit eveneens boven op de Superterm
print. Deze is voor het geheugen uitbreidings bord.
12.1 Ingang uitbreiding bord
Een ingang uitbreidings bord wordt gebruikt om het aantal ingangen (op de Superterm zelf 24 stuks)
uit te breiden naar een maximum van 72 stuks.
Het voorziet in de volgende mogelijkheden :- 16 bewaakte ingangen - Software indicatie voor de volgende status :
* normaal
* abnormaal
* kortgesloten
* open
* aard fout
Elke ingang is wederom voorzien van een afneembare 2-polige aansluitconnector, zoals op de
Superterm zelf.
Bij het bord zijn de volgende items bijgeleverd :
1 x 34-polige flat cable, voor aansluiting op de Superterm (connector J20)
32 x weerstand 1KO voor de bewaakte ingangen- Montage materialen.
De borden werken op 12VDC. Aansluiting 12-V op de Superterm voorziet deze borden van
spanning
Elk uitbreidings bord krijgt een uniek adres om mee te werken. De adressen van deze borden zijn in
te stellen op het uitbreidingsbord d.m.v. een jumper. De adressen lopen van 1 t/m 3 en
vertegenwoordigen elk een bepaalde reeks ingangen (softwarematige nummers).
De volgende adressen zijn gekoppeld aan de bij behorende ingangen :
Adres 1
Adres 2
Adres 3
: ingang nummers 25-40 (op de print J1 t/m J16)
: ingang nummers 41-56 (op de print J1 t/m J16)
: ingang nummers 57-72 (op de print J1 t/m J16)
Pagina 37
Technische Handleiding Superterm, Maart 2004, versie 1.2
De jumper op de print heet JP1, en zit onder de rechtse flat cable aansluiting. JP1 is genummerd van
boven naar beneden “X4 t/m X1“; X4 is adres 4, X1 is adres 1.
Op de print zijn nog 2 led’s aangebracht, te weten een groene (XTM) en een rode (event). De
groene licht continue op als het bord aangesloten is op de Superterm. De rode led licht op tijdens
een statuswisseling van 1 van de 16 ingangen. Een statuswisseling is van bijvoorbeeld “normaal” naar
“abnormaal”.
De verbinding tussen de Superterm en het uitbreidingsbord moet 1 op 1 zijn (zonder draaiing van de
flat cable).
Pin 1 zit op de Superterm print links boven, op de uitbreidings print eveneens linksboven.
Onderstaande afbeelding geeft de Superterm met het ingangsbord weer.
J19
P1
1
+
P2
1
1
Flat cable
1:1
JP1
X4
X3
X2
X1
Xtm
LED GROEN
LED ROOD Event
PROM
J16
J15
J14
1
X4, niet gebruiken
X3, adres 3
X2, adres 2
X1, adres 1
J13
J12
J11
J10
J9
J8
J7
J6
J5
J4
J3
J2
J1
J12
1
Tamper
Alarmingangen 17-24
1
RS232
RS232
EOL 1
RS232 naar PC
MODE
2
1
5
3
4
6
RS485
RS422
EOL 2
S1
Monitr
Com1
Com2
7
8
1
2
4
8
16
32
modem
AC
12V
SV/CPU
Rxd
Txd
T2
T1
S2
Mbat
RLY_2 RLY_4 RLY_6 RLY_8 RLY_10 RLY_12 RLY_14 RLY_16
RLY_1 RLY_3 RLY_5 RLY_7 RLY_9 RLY_11RLY_13 RLY_15
Op de 16 ingangen kunnen weer diversen maak- of verbreekkontakten aangesloten worden.
Software matig is uiteindelijk in te stellen welke status de ingangen moeten krijgen (normaal open of
normaal gesloten).
Om de bewaakte ingangen te gebruiken (alleen in combinatie met verbreekkontakten), dienen deze
als volgt aangesloten te worden.
Alarmkontakt
Jxx
1KO
1KO
Pagina 38
Technische Handleiding Superterm, Maart 2004, versie 1.2
LET OP :
Normaal :
Abnormaal :
Open :
Gesloten :
Aardfout :
Parallel aan het kontakt zelf wordt een weerstand gemonteerd van 1KO.In serie hiervan ook nog een
van 1KO.
In de aangegeven situatie bootsen we een abnormale toestand na. Normaal gesproken hoort het
kontakt dus gesloten te zijn.
Bij de situatie “gesloten” is de totale weerstand 1KO. Bij de abnormale toestand is deze 2KO.
In de software worden deze situaties aangegeven als “normaal” en “abnormaal”. Indien geen
weerstanden worden gebruikt, noemt de software deze “kortgesloten” en “geopend”.
Minimaal 1 ingang moet voorzien zijn van een weerstand van 1KO.
Het grote voordeel van de bewaakte ingangen schuilt in het feit dat er 5 verschillende status mogelijk
zijn. In onderstaande items staan de status verder uitgelegd.
De ingang is normaal, het kontakt is gesloten (weerstand is 1KO).
De ingang is abnormaal, het kontakt is geopend (weerstand is 2KO).
De aansluiting tussen de sensor en het ingangs bord is verbroken
(weerstand is hoog). Deze situatie zou er op kunnen duiden dat de lijn
doorgeknipt is.
De aansluiting tussen sensor en het ingangsbord is direct (weerstand is
laag of zelfs 0). Deze situatie zou er op kunnen duiden dat de lijn
kortgesloten is door bijvoorbeeld een kabelbreuk.
Eén van de 2 aansluitingen van de sensor is in aanraking met een aarde
aansluiting (bijvoorbeeld een slechte afscherming van een kabel die
Contact maakt, waarbij de afscherming aan aarde ligt).
LET OP :
Op de ingangen mag absoluut geen spanning komen te staan; alleen
potentiaal vrije kontakten zijn toegestaan !!
Pagina 39
Technische Handleiding Superterm, Maart 2004, versie 1.2- -
12.2 Installatie van het uitbreidings bord
? Zorg ervoor dat de Superterm spanningsloos is. Haal hiervoor de “powerconnector” (POWER)
van het Superterm bord (zie pag. 21). Haal ook de 0V los van de accu- aansluiting.
? Sluit de voedingsspanning aan op het ingangs bord; Aansluiting 12-V op de Superterm
voorziet deze borden van spanning.
? Leg het bord aan de aarde door middel van de bijgeleverde aardekabel.
? Stel het juiste adres in op het bord.
? Sluit na montage van het ingangs bord de flat cable aan op de Superterm; P2 van het
ingangs bord op J20 van de Superterm (voor een afbeelding zie pag. 37).
De kabel loopt dan van pin1 naar pin1.
? Sluit alle ingangen aan op het bord.
? Sluit de spanning aan op beide borden; het systeem is nu operationeel. Programmeer de
ingangen aan de hand van de software handleiding.
12.3 Relais uitbreidings bord
Een relais uitbreidings bord wordt gebruikt om het aantal relais (op de Superterm zelf 17 stuks) uit te
breiden naar een maximum van 64 stuks.
Het voorziet in de volgende mogelijkheden :- 16 relais, potentiaalvrije wisselkontakten- Visuele aanduiding op de print bij de bekrachtigde relais- 8 bewaakte ingangen (op 1 connector)
Elke uitgang is voorzien van een afneembare 3-polige aansluitconnector, zoals op de Superterm zelf.
Bij het bord zijn de volgende items bijgeleverd :
1 x 34-polige flat cable, voor aansluiting op de Superterm (connector J20)
16 x weerstand 1KO voor de bewaakte ingangen- Montage materialen.
Pagina 40
Technische Handleiding Superterm, Maart 2004, versie 1.2
De borden werken op 12VAC.
Adres 1
Adres 2
Adres 3
Elk uitbreidings bord krijgt een uniek adres om mee te werken. De adressen van deze borden zijn in
te stellen op het uitbreidingsbord d.m.v. een jumper. De adressen lopen van 1 t/m 3 en
vertegenwoordigen elk een bepaalde reeks ingangen (softwarematige nummers).
De volgende adressen zijn gekoppeld aan de bij behorende ingangen :
: relais 17-32 (J1 t/m J16), ingang nummers 25-32
: relais 33-48 (J1 t/m J16), ingang nummers 41-48
: relais 49-64 (J1 t/m J16), ingang nummers 57-64
De jumper op de print heet J21, en zit onder de rechtse flat cable aansluiting. J21 is genummerd van
links naar rechts “X4 t/m X1“; X4 is adres 4, X1 is adres 1.
Bovenin de print zitten 2 rode led’s die aangeven of de spanning aanwezig is. De linkse geeft aan of
de +5VDC aanwezig is (vanuit de Superterm zelf, als de flat cable is aangesloten), de rechtse geeft
aan of de 12VAC aanwezig is.
J18
1 1
?
?
5V
12V
x4 x3 x2 x1
1
J21
J17
J16
J15
J14
J13
J12
J11
J10
J9
J8
J7
J6
J5
J4
J3
J2
J1
Flat cable
1:1
X4, niet gebruiken
X3, adres 3
X2, adres 2
X1, adres 1
J21
J2
NO
Com
NC
1
1
Tamper
Alarmingangen 17-24
1
RS232
RS232
RS232 naar PC
MODE
2
3
1
5
6
4
RS485
RS422
EOL 2
S1
Monitr
EOL 1
Com1
Com2
7
8
1
2
4
8
16
32
modem
AC
12V
SV/CPU
Rxd
Txd
T2
T1
S2
Mbat
RLY_2 RLY_4 RLY_6 RLY_8 RLY_10 RLY_12 RLY_14 RLY_16
RLY_1 RLY_3 RLY_5 RLY_7 RLY_9 RLY_11 RLY_13 RLY_15
De verbinding tussen de Superterm en het uitbreidingsbord moet 1 op 1 zijn (zonder draaiing van de
flat cable).
Pin 1 zit op de Superterm print links boven, op de uitbreidings print eveneens linksboven.
Onderstaande afbeelding geeft de Superterm met het relaisbord weer.
De relais kunnen vrij geprogrammeerd worden, evenals de ingangen. De relais bezitten een
potentiaalvrij wisselkontakt. Indien het relais bekrachtigd is, licht de bijbehorende groene led op.
Pagina 41
Technische Handleiding Superterm, Maart 2004, versie 1.2
LET OP :
LET OP :
Per relais mag maximaal 24V / 3 A geschakeld worden.
Bij aansturing van deursloten/grendels moeten de grendels altijd voorzien worden van een blusdiode
of een MOV. Indien dit niet gebeurt dan kan het relais door de inductie defect raken, of ontstaan er
vreemde situaties (bv. “spookmeldingen” van lezers e.d.).
Daarnaast mogen sturingen voor deursloten en ingangen (lezers of digitale ingangen) niet
gecombineerd worden in 1 kabel. De ingangen reageren sterk op inductie !
Op de 8 ingangen kunnen weer diversen maak- of verbreekkontakten aangesloten worden.
Software matig is uiteindelijk in te stellen welke status de ingangen moeten krijgen (normaal open of
normaal gesloten).
Er mag onder geen enkele voorwaarde spanning komen te staan op de
ingangen, deze raken dan defect !
12.4 Installatie van het relais uitbreidings bord
? Zorg ervoor dat de Superterm spanningsloos is. Haal hiervoor de “powerconnector” (POWER)
van het Superterm bord (zie pag. 21). Haal ook de 0V los van de accu- aansluiting.
? Sluit de voedingsspanning aan op het ingangs bord; Aansluiting 12-V op de Superterm
voorziet deze borden van spanning.
? Leg het bord aan de aarde door middel van de bijgeleverde aardekabel.
? Stel het juiste adres in op het bord.
? Sluit na montage van het ingangs bord de flat cable aan op de Superterm; P2 van het
ingangs bord op IN-OUT van de Superterm (voor een afbeelding zie pag. 40). De kabel loopt
dan van pin1 naar pin1.
? Sluit alle ingangen aan op het bord.
? Sluit de spanning aan op beide borden; het systeem is nu operationeel. Programmeer de
ingangen aan de hand van de software handleiding.
Pagina 42
Technische Handleiding Superterm, Maart 2004, versie 1.2
13.0 Kabel specificaties
Algemene richtlijnen- Bij de digitale ingangen mogen geen spanningsvoerende aders opgenomen worden.----
Als de voedingsspanning / stroom voor de lezer boven 12V / 1A uitkomt, dient voor de
voeding een aparte kabel gereserveerd te worden (0.8 mm2 bij afstand voeding tot lezer is
< 5m of 1.5 mm2 bij afstand voeding tot lezer is < 100m).
Let erop dat bij grote afstanden de voedingsspanning wat kan inzakken. Plaats indien
mogelijk een extra voeding (voor bv. lezers) zo dicht mogelijk bij de lezer zelf.
Sluit de afscherming van een kabel slechts aan één zijde aan (alleen bv. bij de Superterm). Dit
omdat anders aardlussen zeer makkelijk ontstaan. Lezers en/of ingangen functioneren
correct.
dan niet
Gebruik alleen voor de communicatie onderling een “twisted pair” kabel. Voor de lezers
altijd soepele kabel, folie afgeschermd met aarde draad.
Lezers en digitale ingangen- digitale ingangen :- Wiegandlezers
:- Proximitylezers
:- Magneetstriplzrs :- Keytouch II lzr- Keypad
:
:
0.325 mm2 (22AWG), 2-aderig, max. 150m
0.325 mm2 (22AWG), 5-aderig, max. 150m
0.812 mm2 (18AWG), 5-aderig, max. 150m
0.325 mm2 (22AWG), 5-aderig, max. 150m
0.325 mm2 (22AWG), 5-aderig, max. 100m
0.325 mm2 (22AWG),10-aderig, max. 150m
Communicatie tussen PC en Superterm- RS232
:- RS422 (via converter) :
0.325 mm2 (22AWG),folie afgeschermd, 3-aderig, max. 15m
0.325 mm2 (22AWG), folie afgeschermd, 4-aderig, twisted
pair, met aarde draad, max. 1200m
Communicatie Superterms onderling- RS422
:
0.325 mm2 (22AWG), folie afgeschermd, 4-aderig twisted
pair, met aarde draad. Uit voorraad leverbaar bij ARAS.
Pagina 43
Technische Handleiding Superterm, Maart 2004, versie 1.2
Waarschuwingen
De volgende voorschriften zijn van toepassing op de Superterm.
Alle electronische apparatuur is gevoelig voor statische electriciteit. Zorg
eervoor indien de Superterm PCB defect is, dat deze in een deugdelijke en in
een statisch afgeschermde verpakking retour ARAS verstuurd wordt.
De Superterm mag niet van spanning voorzien worden voordat de totale
iinstallatie voltooid is.
Zorg ervoor dat de totale installatie inclusief lezers afgeschermd is. Let er wel
op dat er geen aardlus gecreëerd wordt.
Alle lezers dienen aangesloten te worden volgens de specificaties
(voedingsspanning, data aansluitingen e.d.).
Indien meerdere voedingen gebruikt worden (bv. Voor deursloten), dienen de
0V aansluitingen doorgekoppeld te zijn.
Let op deugdelijke 220V aansluitingen. Daarnaast gaat de voorkeur uit naar
een `schone` 220V groep (een groep apart voor de Superterms).
Bij een installatie waarbij de Superterms verdeeld over diverse gebouwen zijn, gaat
de voorkeur uit naar een centrale voeding (220V). Dit omdat anders aard
ppotentiaal verschillen kunnen ontstaan.
Elektromagnetische deursloten moeten altijd voorzien worden van een
blusdiode.
Pagina 44
CE-instructies voor de voeding
A A A
A
A
A
Tamper
Alarmingangen 17-24
1
RS232
RS232
RS232 naar PC
MODE
RS485
RS422
EOL 2
Monitr
Com1
Com2
2
1
S1
3
2
1
6
5
4
7
8
4
8
16
32
modem
pg
AC
12V
SV/CPU
Rxd
Txd
T2
T1
Mbat
S2
EOL 1
RLY_2 RLY_4 RLY_6 RLY_8 RLY_10 RLY_12 RLY_14 RLY_16
RLY_1 RLY_3 RLY_5 RLY_7 RLY_9 RLY_11 RLY_13 RLY_15
TRAFO
Voeding
AARDE E
220 aansluiting
A1 A
PLAATS
VOOR
ACCU
A
A
A
1. De 220VAC voedingskabel mag alleen door A1 ingevoerd
worden.
2.Aansluitterminal E moet altijd met de aarde verbonden
zijn.
3.Zorg dat de 220VAC aansluitkabel en de
laagspanningskabels gescheiden liggen van elkaar.
4.Als er afgeschermde kabel gebruikt wordt verbind dan de
afscherming met de M4 aansluiting naast de uitdrukpoort.
5.Verwijder de afscherming alleen bij de M4
aansluitterminal.
Als deze punten niet nageleefd worden vervalt het CE-
keurmerk.